NL amsterdamgold EN amsterdamgold

tel: +31 (0) 20 65 89 555

Het ene cijfer is het andere niet

19 okt 2021

De goudprijs blijft in een vrij nauwe prijsvork bewegen. De inflatiecijfers stuwden goud aanvankelijk weer richting 1800 dollar per troy ounce. Die winst kon niet worden vastgehouden want een dag later zakte de prijs weer in na cijfers over de kleinhandelsverkopen. Goud noteert nu in dollar 5,2% lager dan bij de start van 2021. Door de duurdere dollar bedraagt het negatieve rendement in euro slechts -0,7%. Zilver kon niet profteren van de prijsstijgingen bij de basismetalen waar onder meer zink en aluminium fors duurder werden. Zilver staat dit jaar 10,7% in het rood. (-6,5% in euro)


Ontwikkeling goudprijs (klik op afbeelding om te vergroten)


Ontwikkeling zilverprijs (klik op de afbeelding om te vergroten)

De index van de consumentenprijzen (CPI) steeg in september met 5,4% op jaarbasis. Dat was het hoogste cijfer sinds 1991. Ook exclusief voeding en energie (de kerninflatie of core cpi) stegen de prijzen met 4%. Het wordt voor centrale bankiers en beleidsmakers steeds lastiger om vol te houden dat de hogere inflatie een tijdelijk fenomeen is. Stilaan groeit de vrees dat de inflatie zal wegen op de economische groei. Bij verder oplopende energieprijzen wordt  een stagflatie-scenario bijna onvermijdelijk. Tegelijk willen centrale bankiers de monetaire stimuli terugschroeven. Dit is traditioneel geen gunstige combinatie voor de financiële markten.


Langetermijn rente US (klik op afbeelding om te vergroten)


Ontwikkeling US Dollar (klik op afbeelding om te vergroten)

Maar een dag later kwam het nieuws over beter dan verwachte kleinhandelsverkopen in de Verenigde Staten. Die waren in september op maandbasis gestegen terwijl van een daling werd uitgegaan. Dat verhoogt de kans op een sneller dan verwachte renteverhoging. Voor goud hoeft dit allemaal niet zo erg te zijn, wel integendeel. In december 2015 viel de start van de rentecyclus samen met de bodem van de goudprijs (1054 dollar). Het is perfect mogelijk dat dit scenario zich weer zal herhalen.

Tijdens de maand september daalde de hoeveelheid goud onder beheer van de ETF’s die in fysiek goud investeren met 15,2 ton of 0,4% naar 3592 ton. Europa en Noord-Amerika kenden een uitstoom van respectievelijk 11,5 en 6,6 ton. Dit werd gecompenseerd door een toename in Azië (+2,4 ton) en de rest van de wereld (+0,5 ton). Dit blijkt uit het maandrapport van de World Gold Council (WGC). Na 3 kwartalen in 2021 bedroeg de uitstroom 156 ton, goed voor een tegenwaarde van 8,3 miljard dollar.

De centrale banken kochten in augustus gezamenlijk 28,4 ton. India (12,9 ton), Oezbekistan (8,7 ton), Kazachstan (5,3 ton) en Turkije (2,8 ton) stonden aan de koopzijde. De totale verkopen bleven beperkt tot iets meer dan 1 miljoen ton waarvan 0,9 miljoen ton op rekening van Qatar.

Global Data gaf nog mee dat de mijnproductie in de eerste jaarhelft met 1,1% is afgenomen naar 13,1 miljoen troy ounce. De onderzoeksinstelling verwacht weer een stijging in de tweede jaarhelft, op voorwaarde dat de coronamaatregelen niet worden verlengd.

Bronnen: WGC, Global Data

Stijgende productiekosten leggen bodem onder de goudprijs

In veruit de meeste deelsegmenten van de mijnbouwsector is het zo dat de productiekosten een bodem leggen onder de marktprijs. Niet voor niets luidt het gezegde ‘the best cure for low prices is low prices’ of het beste geneesmiddel tegen lage prijzen zijn de lage prijzen zelf. Het achterliggende idee is dat aanbieders fors gaan snoeien in hun productie of er zelfs gewoon mee stoppen wanneer de marktprijs onder de productiekost daalt. Het beste voorbeeld van de voorbije jaren was de uraniumindustrie waar producenten hun mijnen in ‘care and maintenance’ plaatsten en op de spot market gingen kopen om aan hun leveringsverplichtingen te voldoen.

Zo’n vaart loopt het nog lang niet in de edelmetaalsector maar ook goud- en zilverdelvers hebben af te rekenen met stijgende productiekosten. Marktonderzoeker Metals Focus rekende voor dat de totale productiekost (de zogenaamde All-in Sustaining Costs of AISC) in de goudmijnindustrie in het tweede kwartaal met 10% op jaarbasis is toegenomen naar 1067 dollar per troy ounce. Dit was het derde opeenvolgende kwartaal waarin de kostenstructuur steeg.

Dit is belangrijk omdat oplopende productiekosten historisch een natuurlijke bodem onder de goudprijs leggen. De AISC omvat alle kosten die gemaakt worden om de productie op het bestaande niveau te handhaven. Het gaat daarbij om vervangingsinvesteringen maar bijvoorbeeld niet om uitbreidingsinvesteringen. De totale kost van een actief is nog hoger wanneer ook de kost voor exploratie, vergunningen en dergelijke wordt bijgerekend. Gemiddelde cijfers zin daarbij slechts indicatief want bijvoorbeeld in Zuid-Afrika ligt de productiekost in regel hoger dan in Canada of Australië.

De hogere kostenstructuur heeft verschillende oorzaken. Een eerste ligt bij de valutaschommelingen. Goudproducenten ontvangen hun inkomsten in dollar omdat dit de munt is waartegen goud internationaal wordt verhandeld. Maar bij de producerende mijnen buiten de Verenigde Staten worden de meeste kosten in lokale valuta afgerekend (bijv. lonen en grondstoffen). Tussen 2020 en 2021 zijn de munten van grote productielanden als Zuid-Afrika, Australië en Canada flink in waarde gestegen tegenover de dollar. Dit element is de voorbije maanden wat minder belangrijk geworden omdat de Amerikaanse munt sinds kort weer in een stijgende trend zit. Niettemin blijft het wisselkoersrisico een belangrijke variabele naar kosten toe.

Corona-gerelateerde maatregelen als afstandsregels en testprocedures voor het personeel hebben de efficiëntie flink naar beneden gehaald. In bepaalde gevallen kwamen er ook tijdelijke mijnsluitingen aan te pas. Maar veruit de belangrijkste kostencomponent is arbeid en energie. Door de globale reisbeperkingen kampten verschillende mijnen met een tekort aan vast en contractueel personeel, wat de lonen de hoogte instuwde. Daarnaast schoten ook de brandstofprijzen de hoogte in. Dit heeft niet voor alle mijnen dezelfde impact, want de ene mijn is arbeidsintensiever dan de andere terwijl sommige uitbaters ook gedeeltelijk van alternatieve energie gebruik maken. In het voorbije derde kwartaal zijn de kosten nog verder opgelopen.

Bronnen: Metals Focus