NL amsterdamgold EN amsterdamgold

tel: +31 (0) 20 65 89 555

Fed zorgt voor correctie op edelmetaalmarkten

18 jun 2021

De Federal Reserve verraste door sneller dan verwacht renteverhogingen in het vooruitzicht te stellen. Op de financiële markten was goud het voornaamste slachtoffer van die koerswijziging.

Begin juni noteerde goud nog op het hoogste niveau in 5 maanden. Het gele metaal slaagde er echter niet in om de technische weerstand waar we het vorige keer over hadden (1923 dollar of de vorige nominale top van 2011) te slopen en in een mum van tijd werd de volledige klim sinds begin mei weer ongedaan gemaakt.

Goudprijs ontwikkeling (klik op de afbeelding om te vergroten)

Tot de meeting van 16 juni gingen de Amerikaanse centrale bankiers er nog van uit dat de inflatie een tijdelijk fenomeen was. Maar de opeenvolgende stijgingen van de producenten- en consumentenprijzen deed hen het geweer van schouder veranderen. De index van de consumentenprijzen (cpi) klom vorige maand met 5% of de grootste toename in 13 jaar. De klim van de producentenprijzen (ppi) startte al eerder en sijpelt nu door nadat fabrikanten hun hogere inputkosten doorrekenen.

In maart luidde het nog bij de Fed dat renteverhogingen er niet voor 2024 zaten aan te komen. Nu worden er voor het einde van 2023 al 2 renteverhogingen verwacht. Dit komt omdat de Fed het verwachte inflatiecijfer opwaarts bijstelde van 2,4% naar 3,4%. Het economische herstel heette tot nog toe duurzaam te zijn maar de cijfers laten iets anders zien. De verkopen in de kleinhandel lagen onder de verwachtingen en ook het herstel van de arbeidsmarkt blijft achter. De Fed blijft ook gewoon verder obligaties aankopen aan een tempo van 120 miljard dollar per maand. Dat is meteen de reden waarom de langetermijnrente nauwelijks stijgt. De kapitaalmarkten uiten op deze manier hun twijfels bij het economische groeiverhaal.

De huidige situatie doet mij denken aan de periode 2013-2015. Toen begon de markt al 2,5 jaar voor de eerste renteverhoging te anticiperen op het terugdraaien van steunmaatregelen (‘tapering’). De renteverhoging van de Fed in december 2015,  de eerste sinds 2006, viel toen samen met de bodem van de goudprijs.

Van de 3 elementen die de edelmetaalprijzen ondersteunden, blijven er nog steeds 2 over. De inflatie loopt op en de langetermijnrente is nog steeds laag. Dit betekent de facto dat de reële rente, de enige maatstaf voor uw koopkracht, nog steeds negatief is. Het vooruitzicht op renteverhogingen (binnen 2 jaar) deed wel de dollar opveren. Het EUR/$ valutapaar dook naar het laagste niveau in meer dan 2 maanden. Dit betekent meteen ook dat de goudprijs in euro een stuk minder hard daalde dan in dollar.

Dollarprijs ontwikkeling (klik op de afbeelding om te vergroten)

Basel III en goud (2)

Onder Basel III (zie vorige bijdrage) komt er een onderscheid tussen allocated (toegewezen) en non-allocated (niet-toegewezen) goud. De nieuwe regels gaan in op 28 juni in Europa en op 1 januari 2022 in het Verenigd Koninkrijk, waar de London Bullion Market Association (LBMA, het clearing house voor fysieke goudtransacties) gehuisvest is. De reserve-classificatie van allocated goud (gedekt door fysiek metaal) gaat van Tier 3 naar Tier 1. Bij Tier 3 telde allocated goud voor 50% mee als reserve. Onder Basel III wordt dit 100%, met die belangrijke voorwaarde dat er een papieren short moet tegenover staan die de positie afdekt. Een bank die voor eigen rekening fysiek goud aanhoudt (long) , moet die positie hedgen op de termijnmarkten (short).

Een andere belangrijke wijziging is dat dat de Required Stable Funding ratio of RSF (solvabiliteitsratio) van ‘papieren’ edelmetalen stijgt van 0% naar 85%. Met andere woorden: 85% moet worden gedekt door Tier 1 kapitaalreserves (bijvoorbeeld cash of overheidsobligaties). Nemen we het voorbeeld van een bank met op de balans een blootstelling van 5 miljard dollar aan goud, waarvan de helft non-allocated. Op die helft (2,5 miljard dollar) moet voor 85% of 2,13 miljard dollar aan nieuwe reserves worden voorzien. Dit maakt het aanhouden van non-allocated goud een stuk duurder. Ter vergelijking: de RSF van bedrijfsobligaties is 15%, die van overheidsobligaties 0%.

Het gevolg is dat het voor bullion banks moeilijker en vooral duurder wordt om zich te financieren. Dit is met name nefast voor goudproducenten, juweliers en kleine en grote goudhandelaren die hun productie en voorraden financieren want de bullion banks zullen die hogere kost doorrekenen.

Wat zijn nu de mogelijke oplossingen? De World Gold Council (WGC) en de LBMA lobbyen voor uitzonderingsregels voor goud met het argument dat het metaal tijdens vorige stressmomenten (oktober 2008, maart 2020) heeft aangetoond voldoende liquide te zijn. De kans is klein dat die vrijstellingen er komen. Een andere mogelijkheid is dat de bullion banks de handdoek in de ring gooien en met hen ook een groot deel van hun klanten. Dit is om verschillende redenen een ongewenst scenario.

Toch blijven er nog verschillende mogelijkheden over om de gevolgen van Basel III af te zwakken. Mogelijks krijgen de bullion banks een kapitaalinjectie van centrale banken tegen een nulrente om de reserves aan te vullen en op die manier toch aan de RSF ratio te voldoen. Een andere mogelijkheid is dat bestaande leasing- en swap-overeenkomsten met goud als onderliggende waarde worden uitgebreid. Dit kan zowel tussen banken onderling maar meestal is een of andere centrale bank de tegenpartij. De non-allocated goudposities kunnen ook worden verplaatst van de balans van de bank naar die van de klant.

Samengevat kunnen we stellen dat er verschillende aspecten zijn aan wat Basel III voor goud precies betekent. Wat er in de praktijk staat te gebeuren, zullen we moeten afwachten. Feit is dat speculaties bij een deel van de goud-community als zou de termijnmarkt onder Basel III ineens ophouden te bestaan, veel te kort door de bocht zijn.