NL amsterdamgold EN amsterdamgold

tel: +31 (0) 20 65 89 555

51 jaar na Bretton Woods

Goud blijft voorlopig in de prijsvork tussen 1680 en 1950 dollar bewegen. De fundamentals blijven sterk voor de langere termijn maar traders die wat actie willen, kunnen overwegen om hun goudpositie (al dan niet tijdelijk) uit te breiden wanneer de prijs richting de onderkant van die vork beweegt. Half augustus noteert het gele metaal met een rendement van -3,5% in dollar en +8,5% in euro.

Zilver, dat met de andere industriële metalen mee onderuit ging, staat dit jaar al 16% in het rood. De goud/zilver ratio zette in juli een jaarpiek van 94 neer. Toen de zilverprijs van 18 naar 21 dollar koerste, daalde de prijsverhouding weer naar 86. Recent presteert zilver weer ondermaats waardoor de goud/zilver ratio weer klom naar 91.

De dollar kreeg even een tik na het meest recente inflatierapport van juli. De index van de consumentenprijzen steeg met 8,5% op jaarbasis tegenover nog 9,1% in juni. We horen economen en analisten al sinds begin dit jaar verkondigen dat de piek van de inflatie achter ons ligt maar maand na maand werden hogere inflatiecijfers gepubliceerd. Op de duur moet de groei vanzelf afzwakken door de zogenaamde basiseffecten (vergelijking met steeds hogere cijfers). Wat het recente rapport dus eigenlijk zegt, is dat de inflatie niet langer versnelt. Maar in absolute cijfers blijft ze dus wel heel hoog.

Ik verwacht dat de trend van het inflatiecijfer de komende maanden verder dalend zal zijn maar een terugkeer naar minder dan 2% zit er niet in. Beleggers moeten integendeel rekening houden met een inflatiecijfer dat langdurig boven 4% zal liggen. Dit is dan weer een garantie voor een aanhoudend negatieve reële rente.

De markt interpreteerde het inflatiecijfer als een signaal dat de centrale bankiers de rente nu minder snel zullen verhogen en eerder zullen stoppen met renteverhogingen. Daardoor daalde de dollar en steeg de goudprijs boven 1800 dollar. Uitgedrukt in euro bewoog goud nauwelijks.

De klim was geen lang leven beschoren want de obligatiemarkten anticipeerden al op een dalende inflatie met een lagere rente. Sinds de top in juni is de rente op de US Treasury overheidsobligatie op 10 jaar al fors gedaald. De reële rente is nog steeds ruim negatief maar is de voorbije weken wel gestegen en daardoor is er voorlopig weinig vuurwerk bij goud.

De volgende monetaire vergadering van de Federal Reserve staat op 21 september op de agenda. Op basis van de CME FedWatch Tool gaat nog slechts 45,5% uit van een verhoging met 75 basispunten. Twee weken geleden was dat nog 68%. Een meerderheid van 54,5% verwacht nu dat de rentestap beperkt zal blijven tot 50 basispunten.

Afgelopen maandag 15 augustus was het 51 jaar geleden dat President Nixon het Bretton Woods systeem opblies.  Daardoor konden centrale banken hun dollarreserves niet langer inruilen tegen fysiek goud bij de Federal Reserve. Dit was de start van het ‘fiat’ geld tijdperk, een term die komt uit het Latijn en die wil zeggen dat geld zijn waarde ontleent aan een overheidsdecreet maar niet aan een fysiek onderpand.

Geld heeft sindsdien geen intrinsieke waarde maar teert op het vertrouwen van burgers dat overheden het geldsysteem goed zullen beheren. De recente monetaire geschiedenis leert dat dit af en toe wel eens misloopt. Sinds 1971 steeg de goudprijs van 35 dollar naar (actueel) 1750 dollar.

Bronnen:  CME FedWatch Tool

Edelmetalen in een recessie-omgeving

Het herstel van de aandelenmarkten sinds de bodem van half juni was zo sterk dat steeds meer marktparticipanten er van uit gaan dat het niet om een ‘bear market rally’ gaat maar dat de beursindexen op weg zijn om de records van eind vorig jaar te breken.

Dit is heel onwaarschijnlijk want nooit eerder in de geschiedenis hebben de beurzen een bodem neergezet nog voor de eigenlijke start van een recessie. Nu is er onder economen en analisten een discussie of de Amerikaanse economie zich al dan niet in een recessie bevindt. Technisch gezien zijn daar twee kwartalen met een negatieve economische groei voor nodig.

Althans dat is de definitie van het National Bureau of Economic Research (NBER), een officiële regel is er niet. De Amerikaanse economie groeide  tijdens de eerste jaarhelft in nominale termen.  Maar door de inflatie, in 40 jaar niet zo hoog, was de reële groei negatief en werd aan de technische voorwaarde van het NBER voldaan. Meestal is het pas achteraf duidelijk wanneer een recessie startte want de meeste macro-economische indicatoren lopen achter.

Dat is bijvoorbeeld het geval met cijfers over de werkgelegenheid. Wanneer ontslagen in de statistieken verschijnen, is het eigenlijke job- en inkomensverlies meestal al enkele weken of maanden daarvoor gebeurd. Om die reden zijn er op maandbasis soms vrij forse bijstellingen van vorige cijfers. Een andere indicator die met vertraging op een recessie wijst, is de inverse rentecurve. Die ontplooit zich typisch 12 tot 18 maanden voor de start van een recessie.

Het derde kwartaal kan weer een positief cijfer in reële termen laten zien, afhankelijk van hoe snel de inflatie daalt. Tijdens de corona-pandemie bouwden de meeste gezinnen een spaaroverschot op. Dat overschot is de reden waarom de consumentenbestedingen al met al nog vrij goed stand houden, zelfs ondanks de oplopende energieprijzen. Dit blijft natuurlijk niet duren en om die reden zie ik een echt recessie-scenario zich pas in 2023 voltrekken.

Voor goud is een recessie niet noodzakelijk negatief. Dit leren ons de historische cijfers van de jaren ’80 van vorige eeuw toen de inflatie nog hoger was dan nu het geval is. De centrale bankiers stuwden dan de rente boven het inflatiepercentage waardoor de reële rente positief was. Dat is nu onmogelijk. Maar zelfs in een omgeving met een positieve reële rente bleef de daling van de goudprijs beperkt. Bovendien herstelde goud sneller dan de andere metalen en op het einde van de recessie was goud zelfs duurder dan bij het begin. In tegenstelling tot andere metalen is goud dus niet cyclisch.

In 2008 bodemde de goudprijs al in het najaar terwijl de beursindexen dat maar begin 2009 deden. Bij de cyclische edelmetalen platina, palladium en zilver, die veel industriële toepassingen hebben, liet het prijsherstel langer op zich wachten.

Deze dynamiek kan worden verstoord in het geval van problemen aan de aanbodzijde. Dit is momenteel het geval bij palladium en platina als gevolg van uiteenlopende verstoringen in de productie en export in Rusland (economische sancties), Zuid-Afrika (sociale onrust) en de Verenigde Staten (weersomstandigheden).


Auteur: 
Koen Lauwers

Koen Lauwers is Master in de Handels- en Consulaire Wetenschappen (KU Leuven Campus Brussel) en behaalde een aanvullende Master in de Bedrijfsinformatica (Vrije Universiteit Brussel). Na een carrièrestart als IT-specialist bij Volvo Group (1997) werd de lokroep van de financiële markten te groot en besloot Koen zijn beide opleidingen te combineren en in 1999 als onafhankelijk analist aan de slag te gaan. Aanvankelijk volgde Koen de technologiesector maar na het barsten van de dotcom-zeepbel en een diepgaande studie van de monetaire geschiedenis (Mises Institute) verlegde hij zijn focus naar grondstoffen met een voorliefde voor edelmetalen en gerelateerde aandelen. Net op tijd voor de supercyclus in grondstoffen die de rest van het decennium duurde. Koen bouwde die specialisatie verder uit en doet sindsdien aan onafhankelijke beleggingsresearch voor verschillende marktpartijen (family offices). Daarnaast schrijft hij voor diverse financiële titels in Nederland en België. Dankzij meer dan 20 jaar ervaring beschikt Koen over een groot netwerk in zowel de mijnbouwsector, fysieke goudhandel als asset management.