NL amsterdamgold EN amsterdamgold

tel: +31 (0) 20 65 89 555

Goud en zilver herstellen snel van flashcrash

18 aug 2021

De meest opvallende gebeurtenis op de edelmetaalmarkten was zonder twijfel de ‘flash crash’ die goud en zilver moesten ondergaan kort na het Amerikaanse banenrapport op 6 augustus. Tot de publicatie van het rapport door het Bureau of Labor Statistics schommelde de goudprijs rond 1800 dollar. Toen bleek dat het aantal banen boven de verwachtingen uitkwam, dook de goudprijs ruim 2% lager. Een vrij forse reactie, maar niet helemaal onverwacht gezien algoritmes zo zijn geprogrammeerd dat bij dergelijke uitkomst de rente en de dollar hoger worden gezet en goud bijgevolg lager.

Tot zover viel de beweging bij goud en zilver nog logisch te verklaren. Zondagnacht was de logica wel ver zoek toen een bepaalde marktpartij een verkooporder ter waarde van 4 miljard dollar in een lege markt legde. Daardoor werden stop-loss niveaus (doelbewust) getriggerd en doken goud en zilver respectievelijk 5% en 8% lager. Daarbij werden cruciale steunniveaus van 1675 dollar en 22 dollar net niet doorbroken.

Intussen is met name goud grotendeels hersteld van deze flash crash. Bij het schrijven van deze tekst noteert goud in de buurt van het niveau van net voor het banenrapport. Dit is bij zilver (nog) niet het geval. Daardoor is de goud/zilver ratio weer opgelopen naar 75 of het hoogste peil sinds december vorig jaar.


Goudprijs (klik op afbeelding om te vergroten)

Zilverprijs (klik op afbeelding om te vergroten)

Fundamenteel blijft de reële rente ruim negatief. De klim van de langetermijnrente na het banenrapport bleef beperkt. Intussen wordt maand na maand bevestigd dat de inflatie hoog blijft. In juli steeg de index van de consumentenprijzen met 0,5% op maandbasis (5,4% op jaarbasis). Daarmee ligt de piek misschien wel achter ons (tijdelijke basiseffecten tegenover coronajaar 2020) maar de inflatie is duidelijk structureel hoger dan voor de pandemie. Dit werd bevestigd door de index van de producentenprijzen (ppi) die in juli met 7,8% klom en daarmee boven de verwachte 7,3% lag.

Langetermijn rente US (klik op afbeelding om te vergroten)

Jackson Hole

Volgende week is het uitkijken naar de jaarlijkse Jackson Hole meeting. Van 26 tot 28 augustus komen ’s werelds meest invloedrijke centrale bankiers samen in het gelijknamige Amerikaanse stadje. In het verleden werden in Jackson Hole al vaker aankondigingen gedaan over de toekomstige richting die de globale monetaire politiek zal uitgaan. De markt verwacht dat dit ook nu het geval zal zijn en er aanwijzingen zullen komen over de timing van eventuele renteverhogingen of het terugdraaien van obligatie-inkopen.

Goud 50 jaar na het einde van Bretton Woods

Het is voor goudinvesteerders nuttig om even stil te staan bij de datum van 15 augustus 1971, vorige zondag exact 50 jaar geleden. Op die dag besliste de toenmalige Amerikaanse president Nixon om de convertibiliteit van de Amerikaanse dollar in goud ‘tijdelijk’ stop te zetten. Een halve eeuw later is deze ‘tijdelijke’ situatie nog steeds van kracht.

Laat ons de beslissing van Nixon even historisch kaderen. In juli 1944 zaten de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog drie weken met elkaar rond de tafel in het stadje Bretton Woods in de Amerikaanse staat New Hampshire om een nieuwe architectuur van het globale monetaire systeem overeen te komen. Er kwam uiteindelijk een systeem uit de bus waarbij de Amerikaanse dollar zou fungeren als wereldreservemunt. Alle andere munten zouden een vaste wisselkoers krijgen tegenover de dollar en de prijs van een troy ounce goud werd vastgelegd op 35 dollar. Door de koppeling met de dollar waren ook alle andere valuta indirect gelinkt aan goud.

De dollar was inwisselbaar in goud op het niveau van de centrale banken. Op dat moment bezat de Verenigde Staten ongeveer twee derden van alle monetair goud. Dat onderpand en de inwisselbaarheid van andere valuta, moesten de dollar credibiliteit geven als wereldreservemunt.

Dank zij de aantrekkende economische groei na de Tweede Wereldoorlog functioneerden de afspraken van Bretton Woods een tijdje vrij goed. Toch kwamen er al vrij snel barsten in het systeem omdat de Verenigde Staten zwaar boven hun stand leefden. Dit begon al in de ’50 er jaren maar een decennium later gingen de remmen pas echt helemaal los met de financiering van de oorlogen in Korea en Vietnam. Daarbij werden grote hoeveelheden nieuwe dollars in omloop gebracht die niet gedekt werden door nieuw goud. Het gevolg was dat de inflatie toenam waardoor de koopkracht van de (internationale) dollar daalde. Het vertrouwen in de dollar als reservemunt daalde zienderogen en steeds meer buitenlandse centrale banken ruilden hun dollarreserves in tegen goud. Zo stuurde de Franse president Charles de Gaulle in 1965 een aantal marineschepen in de richting van de Verenigde Staten om goud op te halen in ruil voor dollars. Verschillende andere landen volgden het voorbeeld van De Gaulle en de Amerikaanse goudvoorraden smolten als sneeuw voor de zon. Tot Nixon naar de noodrem greep en eenzijdig de convertibiliteit opzegde.

Dit betekende het einde van Bretton Woods. Vanaf dat moment was geen enkele valuta nog gelinkt aan goud. De gevolgen daarvan kunnen niet worden overschat. Ineens konden centrale banken en indirect ook de commerciële banken (via kredietverlening) de geldhoeveelheid vrijwel eindeloos uitbreiden. Wat trouwens ook gebeurde. Voor de politieke overheden een geschenk uit de hemel want ze konden voortaan alle austeriteit overboord gooien.

Het gevolg is een chronisch groeiende schuldenbubbel waarbij de globale schuld door het Institute for International Finance wordt geschat op bijna 5 keer het globale bruto binnenlands product. Het is mathematisch onmogelijk dat de economie ooit nog zo hard groeit om deze schuldenberg te laten wegsmelten.

Om het systeem functioneel te houden, nemen politieke en monetaire overheden hun toevlucht tot steeds meer beperkende reguleringen en financiële repressie (negatieve reële rente). Intussen heeft goud 50 jaar later nog steeds zijn plaats in het financiële systeem. Het is officieel niet langer een monetair metaal maar blijft wel een belangrijk actief van de grote centrale banken.

 

 

Auteur: Koen Lauwers

Koen Lauwers is Master in de Handels- en Consulaire Wetenschappen (KU Leuven Campus Brussel) en behaalde een aanvullende Master in de Bedrijfsinformatica (Vrije Universiteit Brussel). Na een carrièrestart als IT-specialist bij Volvo Group (1997) werd de lokroep van de financiële markten te groot en besloot Koen zijn beide opleidingen te combineren en in 1999 als onafhankelijk analist aan de slag te gaan. Aanvankelijk volgde Koen de technologiesector maar na het barsten van de dotcom-zeepbel en een diepgaande studie van de monetaire geschiedenis (Mises Institute) verlegde hij zijn focus naar grondstoffen met een voorliefde voor edelmetalen en gerelateerde aandelen. Net op tijd voor de supercyclus in grondstoffen die de rest van het decennium duurde. Koen bouwde die specialisatie verder uit en doet sindsdien aan onafhankelijke beleggingsresearch voor verschillende marktpartijen (family offices). Daarnaast schrijft hij voor diverse financiële titels in Nederland en België. Dankzij meer dan 20 jaar ervaring beschikt Koen over een groot netwerk in zowel de mijnbouwsector, fysieke goudhandel als asset management.