NL amsterdamgold EN amsterdamgold

tel: +31 (0) 20 65 89 555

Edelmetalen topkandidaat voor prijsherstel in tweede jaarhelft

02 jul 2021

Tijdens de voorbije maand juni zette de goudprijs met een verlies van meer dan 7% de slechtste prestatie neer sinds november 2016. Juni staat daarmee in fel contrast met mei, toen goud 8% hoger klom.

De S&P GSCI grondstoffenindex steeg tussen januari en juni met 28%. De eerste jaarhelft was daarmee de beste voor de grondstoffen als activaklasse sinds 2009. Alleen de edelmetalen vielen uit de toon want drie van de vier boekten een negatief rendement. Enkel palladium kon een mooie winst van 13,6% voorleggen.  Dit heeft  te maken met het wankel marktevenwicht met verschillende opeenvolgende jaren van aanbodtekorten. Goud was het grootste slachtoffer met een verlies van 6,6%. Zilver (-0,8%) en platina (-0,1%) zaten dicht bij het break-even niveau. In euro was de schade net iets minder groot met een verlies van 4,4% voor goud en een kleine winst van 1,5% bij zilver.

Een korte terugblik leert dat de edelmetalen het jaar nochtans goed inzetten maar daarna kwam er een terugval en volgde een dubbele bodem in maart. Een prijsherstel bracht de meeste edelmetalen half juni weer bijna op het niveau van het jaarbegin maar toen volgde een nieuwe uitverkoop. Die kwam er nadat de Federal Reserve onverwacht snel renteverhogingen in het vooruitzicht stelde waarna de dollar steeg.

Toch is het bijzonder opmerkelijk dat enkel goud en zilver werden getroffen door winstnemingen. Een opwaartse rentecyclus zou veel erger zijn voor de aandelenmarkten maar toch blijven de beurzen op recordkoers. Dit geldt ook voor ruwe olie, waar de hogere dollar geen enkele negatieve prijsimpact had.

De invoering van Basel III in Europa had zoals verwacht (en in de vorige nieuwsbrieven aangekondigd) tot nog toe weinig effect op de prijzen. Technisch heeft de daling van de goudprijs wel flinke schade toegebracht aan de opwaartse trend die eind maart werd ingezet. Het 200 daags gemiddelde is nu een weerstandsniveau geworden. Bij zilver houdt dit 200 daags gemiddelde voorlopig wel stand als steunniveau. Niet verwonderlijk hebben speculatieve investeerders op de termijnmarkten hun long posities in goud de voorbije weken verder afgebouwd. Dit was ook het geval bij zilver en platina.


Ontwikkeling goudprijs – (klik op afbeelding om te vergroten)


Ontwikkeling zilverprijs – (klik op afbeelding om te vergroten)

Deze maand is het onder meer uitkijken naar de volgende monetaire vergadering van de Federal Reserve. Die vindt op 27 en 28 juli plaats. De markt heeft duidelijk nog twijfels bij het economische groeiverhaal. Terwijl de inflatie toeneemt, maakt de langetermijnrente een pas op de plaats. Dit heeft tot gevolg dat de reële rente (nominale rente min inflatie) nog steeds ruim negatief is, een onverminderd gunstige marktsituatie voor de edelmetalen. Die zijn daarmee de topkandidaat voor een prijsherstel in de tweede jaarhelft.

Centrale banken en goud

Sinds de start van de coronacrisis is de omvang van de balansen van de Amerikaanse Federal Reserve en de Europese Centrale Bank (ECB) nagenoeg verdubbeld. Bij de Federal Reserve is dit intussen meer dan 8 biljoen dollar en bij de ECB 7,9 biljoen euro of omgerekend 9,3 biljoen dollar.

De Fed koopt maandelijks voor 120 miljard dollar obligaties op. Bij de ECB is dit 80 miljard euro (95 miljard dollar) in het kader van het Pandemic Emergency Purchase Program (PEMP). Deze nieuwe obligatie-aankopen liggen hoger dan de hoeveelheid aflopende obligaties. De balans wordt per saldo dus steeds verder opgeblazen.

Deze QE of ‘kwantitatieve versoepeling’ is in tegenstelling tot wat velen denken niet hetzelfde als geldcreatie. Tegenover de opgekochte obligaties aan de actiefzijde staan kredieten aan de commerciële banken onder de vorm van bankreserves. Pas indien de commerciële banksector nieuwe leningen zet tegenover deze reserves (geld dat vervolgens wordt geïnvesteerd of mee wordt gespeculeerd) is er sprake van geldcreatie.

Tegenover de steeds groeiende balans wordt het relatieve gewicht van goud steeds kleiner. Anders gezegd: goud moet een steeds groeiende hoeveelheid schulden ‘compenseren’. De eerste lijn op de actiefzijde van de ECB-balans is de post goud en goudvorderingen. Die bedraagt omgerekend nog slechts 6% van het balanstotaal. Bij de oprichting van de ECB was dat nog 15%.

De situatie in de Verenigde Staten is lichtjes verschillend. De Fed heeft zelf geen goud in bezit. Dat werd na de Gold Reserve Act van 1934 overgedragen aan de Treasury (Ministerie van Financiën). De Fed kreeg in ruil wel goudcertificaten. In tegenstelling tot de ECB, die de goudvoorraad op het einde van elk kwartaal tegen marktprijs waardeert, hebben die certificaten een vaste prijs van 42,22 dollar. Een revaluatie tegen marktprijs (of hoger) zou de actiefzijde van de Fed-balans een zetje geven.

Onder Basel III krijgt fysiek goud een Tier 1 status, wat betekent dat het voor 100% meetelt in plaats van 50% voorheen. Dit is met name voor de centrale banken goed nieuws want hun fysieke goudreserves worden in 1 keer dubbel zoveel waard. Een aantal centrale banken heeft daar al op geanticipeerd door hun goudvoorraden uit te breiden. Zo heeft Hongarije in maart zijn goudvoorraad verdrievoudigd.

Ook Thailand en Zambia kochten goud bij en Ghana en Bolivië kondigden koopintenties aan. Rusland wijzigde de regels voor het staatsinvesteringsfonds. Dit fonds mocht tot voor kort geen goud bezitten maar die regel werd opgeheven. Ook China koopt via zijn Sovereign Wealth Fund al jaren goud bij. Daardoor ligt de werkelijke goudvoorraad van China, dat tegelijk de grootste producent is, veel hoger dan de door het IMF gerapporteerde 1948 ton.