NL amsterdamgold EN amsterdamgold

tel: +31 (0) 20 65 89 555

Goud als rustpunt op turbulente markten

20 jun 2022

De onrust op de financiële markten is de voorbije weken weer sterk toegenomen. De meeste grote aandelenindexen zijn alle winsten sinds de start van 2021 intussen kwijtgespeeld. Ook de obligaties presteren slecht nu de rentes blijven stijgen en wie dacht dat crypto’s  de ultieme ‘safe haven’ waren, staat intussen ook weer met beide voeten op de grond.

Te midden al die turbulentie blijft goud als een van de weinige activa verbazend stabiel. Sinds begin mei beweegt de goudprijs in een marge van 1820 tot 1870 dollar of een bandbreedte van niet eens 3%. Het rendement van goud in euro sinds de start van dit jaar bedraagt iets meer dan 9%. In Japanse yen is dat zelfs dubbel zo hoog door de forse devaluatie van de Japanse munt tegenover de dollar. De reële rendementen, dus aangepast voor inflatie, liggen nog een stuk lager dan de aandelen- en obligatie-indexen laten zien. Ook volgens deze maatstaf is het rendement van goud nog steeds positief.

Ontwikkeling goudprijs (klik op afbeelding om te vergroten)

Ontwikkeling zilverprijs (klik op afbeelding om te vergroten)

Na het hoger dan verwachte inflatiecijfer in de Verenigde Staten (8,6% in mei) werden de renteverwachtingen snel aangepast. Tot dan ging een ruime meerderheid nog uit van een rentestap met 50 basispunten (0,5%) door de Federal Reserve. Het werd uiteindelijk 0,75% en dit was voor het eerst sinds 1994. De Fed kreeg overigens gezelschap van andere centrale banken (ECB, Bank of England, Swiss National Bank,…) die eveneens de rente verhoogden.

Het blijft opmerkelijk dat alle centrale bankiers bijna een jaar hebben volgehouden dat de inflatie een tijdelijk fenomeen was. Nu lopen ze hopeloos achter de curve aan en moet de markt geloven dat ze het alsnog gaan oplossen. Centrale banken bepalen de beleidsrente en kunnen ook ingrijpen op de langetermijnrente door de omvang van hun balans te vergroten (monetaire versoepeling) of af te bouwen (verkrapping).

Deze rente- en balanswapens hebben echter geen impact op de prijzen voor energie en voeding. Het feit dat na de forse rentestap de beurskoersen al na een dag weer zijn beginnen dalen, wijst erop dat de markt stilaan het vertrouwen in een goede afloop aan het verliezen is. Die goede afloop zou dan zijn dat de inflatie onder controle wordt gehouden terwijl tegelijk een recessie wordt vermeden. Dit is niet onmogelijk maar het wordt wel een extreem lastige klus voor de centrale bankiers.

Tot nog toe verloopt de prijscorrectie op de financiële markten vrij ordelijk. Er is in tegenstelling tot maart 2020 of eerder in 2008 nog geen sprake van paniek waarbij de volatiliteitsindexen extreem stijgen. Toch kan deze mogelijkheid niet helemaal worden uitgesloten. In dat geval komt er weer een zogenaamd liquidity event met waarbij verschillende marktpartijen alles wat liquide is moeten verkopen om aan hun margeverplichtingen te voldoen (margin calls).

Wanneer dat gebeurt, gaan ook de edelmetalen in eerste instantie mee onderuit. Ik zeg niet dat het een zekerheid is, maar het is wel een mogelijk scenario waar rekening mee moet worden gehouden. Dergelijke prijsdalingen zijn historisch gezien dan wel koopkansen. Het is hoe da ook geen slecht idee om wat liquiditeiten achter de hand te houden voor het geval een dergelijk plot zich voltrekt.

Zilver: wachten op hogere investeringsvraag

Zilver werd vorig jaar 11,5% goedkoper en staat na bijna zes maanden in 2022 weer meer dan 6% in het rood. Nochtans is de vraag- en aanboddynamiek op langere termijn heel gunstig voor het goedkoopste edelmetaal. Wat is er aan de hand?

Binnen de familie van de edelmetalen is goud een monetair metaal. Centrale bankiers bezitten gezamenlijk meer dan 30000 ton goud. Heel wat institutionele en private investeerders houden ook fysiek goud aan. Bij platina en palladium is dat monetaire aspect er niet. Beide metalen kennen vooral industriële toepassingen en de investeringsvraag is er in verhouding heel beperkt. Zilver is een geval apart. Het is geen onderdeel van de valutareserves van de centrale banken maar dat is ooit wel zo geweest toen zilver nog een courant betaalmiddel was. Daarom hangt er rond zilver nog steeds een soort van monetair aura.

De onderlinge prijsevolutie van goud en zilver wordt vaak geanalyseerd. Toch is het heel lastig om op basis van deze goud/zilver ratio investeringsbeslissingen te nemen. De ratio schommelde de voorbije twee jaar tussen 60 en 130. Momenteel staat de goud/zilver ratio op 85. Dat is boven het historische gemiddelde maar dit biedt geen garantie dat zilver op korte termijn beter zal presteren dan goud.

Zilver is dus geen monetair metaal maar deelt veel kenmerken met industriële metalen als koper, aluminium of nikkel. Meer dan de helft van alle geproduceerd en gerecycleerd zilver heeft industriële toepassingen. De vraag is dus cyclisch en de zorgen om een economische groeivertraging zijn dus een belangrijke oorzaak van de prijsdaling van de voorbije maanden. Ook de meeste basismetalen en ijzererts werden sinds de top flink goedkoper. Andere factoren die ook bij de meeste andere grondstoffen speelden, waren de oplopende rente en de duurdere dollar.

De aard van de meeste toepassingen garandeert wel een aanhoudende groei van de industriële zilverconsumptie. Ongeveer een vijfde wordt gebruikt bij de productie van zonnepanelen en dat is een groeimarkt. Vorig jaar steeg het gebruik van zilver voor zon-energie toepassingen met 13% naar een nieuw record. Ook bij de productie van elektrische en hybride voertuigen wordt meer zilver gebruikt dan in een conventionele wagen. Het stijgend marktaandeel van groenere wagens garandeert dus een aanhoudende groei van de vraag naar zilver in deze niche.

Naast de industriële consumptie van zilver speelt de investeringsvraag een belangrijke rol. Deze vraagcomponent is zelfs het meest prijsbepalend. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de prijsdaling dit jaar gepaard ging met een uitstroom uit ETF’s die in het fysieke metaal investeren. Terwijl goud ETF’s in 2022 een netto instroom kenden, was er bij zilver een uitstroom van 289 ton.

Wat betreft het evenwicht tussen vraag en aanbod vertoonde zilver het grootste deel van het voorbije decennium een primair deficit. De fysieke vraag ligt dus hoger dan het fysieke aanbod waardoor uit de voorraden moet worden geput. De omvang van die bovengrondse voorraden is lastig om in te schatten. Overheden, commerciële bedrijven en institutionele partijen zijn om strategische redenen niet transparant over hun zilvervoorraad. We horen al vele jaren dat de voorraden bijna uitgeput zijn maar bij gebrek aan objectief controleerbare cijfers valt deze bewering op dit moment niet hard te maken.

 

Auteur: Koen Lauwers
Koen Lauwers is Master in de Handels- en Consulaire Wetenschappen (KU Leuven Campus Brussel) en behaalde een aanvullende Master in de Bedrijfsinformatica (Vrije Universiteit Brussel). Na een carrièrestart als IT-specialist bij Volvo Group (1997) werd de lokroep van de financiële markten te groot en besloot Koen zijn beide opleidingen te combineren en in 1999 als onafhankelijk analist aan de slag te gaan. Aanvankelijk volgde Koen de technologiesector maar na het barsten van de dotcom-zeepbel en een diepgaande studie van de monetaire geschiedenis (Mises Institute) verlegde hij zijn focus naar grondstoffen met een voorliefde voor edelmetalen en gerelateerde aandelen. Net op tijd voor de supercyclus in grondstoffen die de rest van het decennium duurde. Koen bouwde die specialisatie verder uit en doet sindsdien aan onafhankelijke beleggingsresearch voor verschillende marktpartijen (family offices). Daarnaast schrijft hij voor diverse financiële titels in Nederland en België. Dankzij meer dan 20 jaar ervaring beschikt Koen over een groot netwerk in zowel de mijnbouwsector, fysieke goudhandel als asset management.